Terug naar hoofdinhoud

Vereniging

28 Rovers aan de wandel

Het is een goede traditie: de jaarlijkse Roverwandeling. Met dit keer de focus op de rijke OV-geschiedenis van het Westland.

Editie 4, 2026  | Arjan Polderman

 

De trambrug over de Trekvaart bij Schipluiden
Foto: Hanny Visser

 

De jaarlijkse Rover-wandeling was nu eens niet op zaterdag maar op vrijdag 11 september. Voor de belangstelling maakte dat geen verschil. Vanaf half elf verzamelden zich bij het busstation van Delft 28 Rover-lopers, vanuit Eindhoven tot Heerhugowaard, onder wie 10 vrouwen, minstens 25 vijftigplussers en een buschauffeur. In het treinstation naast dat busstation deden zich al meteen problemen voor. Sommigen namen vanaf het ondergrondse perron niet de hoofdroute naar de centrale hal, maar de trap naar de fietsenstalling – waar elke verwijzing naar de bussen ontbreekt. Ook was niet duidelijk of we moesten verzamelen bij de busperrons in de regen, of in de droge hal van het treinstation, of ertussenin onder de vrij smalle luifel. Maar Rovers vinden elkaar altijd wel weer, dus stapten we als complete groep naar busperron G, waar om 10:58 bus 33 zou vertrekken. Maar waarom rijdt bus 33 dan naar perron D? O ja: alleen uitstaphalte, dus toch terug naar perron G, waar de bus even later ook arriveerde. Die had inmiddels al op weg moeten zijn, maar het inchecken van 28 mensen kost ook nogal wat tijd. De chauffeur zal zelden zijn voertuig zo vol gehad hebben.

Schipluiden

Via Den Hoorn ging het naar Schipluiden, waar historicus Jacques Moerman ons stond op te wachten bij bushalte Gemeentehuis. Wandelend naar Museum Tramstation langs de voormalige trekvaart vertelde hij over het belang van trekschuiten (“de intercity’s van de 17e eeuw”) voor het vervoer van personen en vracht. Schipluiden ligt aan de routes van Delft naar Vlaardingen en naar Maassluis en dagelijks passeerden er zo’n 30 schuiten. Het dorp had voor de passanten maar liefst zes herbergen. Trekschuiten vereisen jaagpaden op de oever waar de trekpaarden kunnen lopen. Maar niet iedere grondeigenaar is blij met zo’n pad of zijn terrein. Bijvoorbeeld de ambachtsheer van Kasteel Keenenburg: hij vroeg daarvoor een financiële vergoeding, of het jaagpad moest toch naar de andere oever. Dat Kasteel Keenenburg is wel zo’n beetje de trots van Schipluiden. Ambachtsheer Otto van Egmond was een naaste vertrouweling van Willem van Oranje. In de voorburcht is een dochter van Johannes Vermeer getrouwd, en misschien Johannes zelf ook wel. Een deel van het geheel afgebroken bouwwerk wordt opnieuw opgebouwd. Ook zijn er vele archeologische restanten opgedolven, waarvan een deel wordt tentoongesteld in het Museum Tramstation.

Rover-wandelaars in Schipluiden
Foto: Marloes Hofstede

 

Museum Tramstation

Ja, daarvoor kwamen wij Rovers: het Museum Tramstation. De eerste kennismaking was wat ongelukkig toen een van ons naast de rand van het perron stapte en onzacht op de 15 cm lager gelegen rails viel. Het museum is het oude tramstation van Schipluiden en dat is er nog steeds goed aan te zien. De directe omgeving wordt momenteel onderhanden genomen om meer van de historie zichtbaar te maken. Het gebouw is een rijksmonument; dat heeft eraan bijgedragen dat niemand het wilde hebben, behalve de Historische Vereniging Oud-Schipluiden.

WSM

De WSM-tramlijn door Schipluiden verbond sinds 1912 Delft met Naaldwijk-Poeldijk-Den Haag en met Maassluis. De NV Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij werd in 1881 opgericht. In samenwerking met de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (Amsterdam–Rotterdam via Den Haag) werd een netwerk met breedspoor (normaalspoor) aangelegd. Het tracé Den Haag-Loosduinen werd in 1882 in gebruik genomen. Na diverse uitbreidingen deed de WSM uiteindelijk Kijkduin, Poeldijk, Honselersdijk, Naaldwijk, Monster, ‘s-Gravenzande, Hoek van Holland, De Lier, Maasland, Maassluis, Schipluiden en Delft aan. In eerste instantie richtte de WSM zich op personenvervoer, later ook op vrachtvervoer. In Schipluiden werd de passagiersdienst in 1928 opgeheven, al handhaafde men ritten op donderdag naar en van de markt in Delft. In 1968 kwam het definitieve einde, ook van het vrachtvervoer. Intussen waren er, sinds 1923, ook buslijnen geëxploiteerd. De WSM (vanaf 1965 stond de afkorting voor Westlandse Streekvervoer Maatschappij) ging in 1969 op in de NV Verenigd Streekvervoer Westnederland, die bestaan heeft tot 1994.

Fietspad

Het spoortracé werd al spoedig omgezet in een fietspad. Bij Schipluiden steekt de trambaan de trekvaart over via een brug, die aanvankelijk eigendom was van de gemeente. Na de verandering in fietspad werd de eigendom overgedragen aan de provincie, voor een bedrag van 10 gulden per meter. De gemeente Schipluiden meende echter dat de brug wel meer waard was, maar de provincie vond hun eis dan weer te veel voor een fietspad. De bestuursrechter moest eraan te pas komen en besliste dat het ging om een fietspad, niet om een brug.

Dat spoortracé/fietspad hebben we daarna te voet verkend – het ging om een Rover-wandeling, nietwaar? Vanaf het museum liepen we eerst (over de brug) 3,6 km naar onze lunchlocatie: Bij de Buurvrouw. Na de lunch vervolgden we onze weg, waarbij we ook stilstonden bij de driesprong Delft–Maassluis–Naaldwijk. Onze route voerde 4,3 km naar Maasland, waar de meesten kozen voor de bus naar huis (vóór 16:00 inchecken!). De overigen liepen nog 2,3 km van Maasland naar Maassluis. Daar wees excursieleider Jan Willem Fortuin ons waar hij zijn jeugd doorbracht en waar ooit het plaatselijke tramstation was: dicht bij het huidige metrostation.

Met negen deskundigen rondden we de tocht af met een drankje en bespraken hoe we alle OV-problemen het beste kunnen oplossen. Die oplossingen laten nog even op zich wachten, maar duidelijk is wel dat deze Rover-wandeling geslaagd is.