Rover reactie op Vervoerplan ANF 2026 Transdev: Mooie ambities, maar met gebreken
Voor het gebied Arnhem, Nijmegen en de Foodvalley, afgekort ANF (Foodvalley staat voor het gebied Ede, Wageningen en het zuidelijke deel van de Betuwe), start op 28 juni as de nieuwe vervoersconcessie voor het busvervoer. Transdev heeft de aanbesteding gewonnen en heeft een ambitieus vervoerplan opgesteld. Het OV in Gelderland wordt versterkt en de OV-bereikbaarheid in veel kernen en stadswijken gaat omhoog. Hogere frequenties, ook in de avonduren, een Nachtnet van zaterdag op zondag en een ochtend- en avondknoop op belangrijke NS-Stations zijn belangrijke uitgangspunten. De campuslijnen in Wageningen, Arnhem en Nijmegen krijgen forse capaciteitsverhogingen. Een nieuwe lijn tussen Wageningen en Nijmegen verbindt beide steden en de universiteitscampussen, direct zonder overstappen. De dienstregeling tijdens vakanties wordt aantrekkelijker, belangrijke lijnen blijven elk kwartier rijden. De vakantieperiodes worden beperkt tot 7 weken tijdens de zomervakanties en 2 weken rond kerst en nieuwjaar.
Transdev gaat rijden met elektrische bussen. Er komt een overgangsperiode waarin nog tijdelijk gasbussen blijven rijden. Diverse lijnen combineren het trolleynet in Arnhem en rijden vervolgens op accu’s verder de regio in.
Voor veel reizigers wordt het openbaar vervoer hiermee aantrekkelijker, maar helaas gaat dat niet overal op. Een deel van de reizigers gaat er juist op achteruit. In enkele belangrijke woongebieden wordt de frequentie verlaagd, vervalt het OV in avonden en weekeinden, of komen directe verbindingen te vervallen. Er ontstaan 'witte vlekken' waar het openbaar vervoer geen aantrekkelijk alternatief meer vormt. Dit geldt voor:
- De forse Apeldoornse wijk De Maten verliest de rechtstreekse verbinding (lijn 231) met Arnhem. Zowel forensen als studenten/scholieren maken veel gebruik van deze lijn en moeten straks een omweg maken via Station Apeldoorn. Dat kost veelal 20 minuten extra reistijd.
- Rheden, Velp-Noord, Rozendaal, De Steeg en Ellecom verliezen hun rechtstreekse busverbinding met het centrum van Arnhem, de nieuwe concessie betekent meer overstappen.
- Elst-West verliest de rechtstreekse verbinding met Arnhem en Nijmegen, geen OV meer in de avonduren en weekeinden.
- Lindenholt-Oost (Nijmegen) wordt eveneens in de avonduren en weekeinden niet meer bediend.
- Lent, Ooij, Beek en Ubbergen krijgen te maken met frequentieverlagingen.
In een aantal gevallen rijdt de bus niet meer door naar grote knooppunten (zoals bijvoorbeeld NS-stations), zodat er vaker moet worden overgestapt. Overstappen maakt het OV niet aantrekkelijker. Hier dreigt een negatieve spiraal: een minder aantrekkelijk aanbod kan leiden tot verder reizigersverlies, met verdergaande afschaling als waarschijnlijk gevolg, wat de vraag oproept of deze lijnen op termijn nog levensvatbaar zijn. Juist hier zou de vervoerder moeten worden uitgedaagd om, samen met de provincie, toekomstvastere scenario's te ontwikkelen. Dit geldt o.a. voor de Arnhemse lijn 8 (Rheden – Velp – Rozendaal – Rijnstate Ziekenhuis), die niet meer doorrijdt naar Arnhem CS. In Arnhem is de vervoerder van plan het eindpunt van lijn 43 (Apeldoorn – Dieren – Arnhem) via Winkelcentrum Kronenburg te verleggen naar station Arnhem-Zuid. De rechtstreekse route naar Arnhem Centraal Station vervalt.
De vervoerders blijven moeite houden met het aanbieden van concessie-overschrijdende verbindingen. Zo zal in het najaar de koppeling van de lijn 42 Tiel - Druten aan lijn 85 naar Beuningen en Nijmegen vervallen. Dit is niet aanvaardbaar. Sterker nog: een tweede koppeling, van de succesvolle lijn 165 's-Hertogenbosch – Wamel - Druten aan de sneldienst naar Nijmegen, zou de bereikbaarheid van Maas en Waal juist flink verbeteren
Het vervoerplan ANF van Transdev is ondanks deze gebreken ambitieus. Het vervoerplan en het nieuwe netwerk zullen zich moeten bewijzen. Er is twijfel of sommige opschalingen wel blijven. Continuïteit over de jaren heen is belangrijk. Daarnaast zal Transdev flinke inspanningen moeten verrichten om de ambities waar te maken, zo zijn er veel extra chauffeurs nodig.
De belangrijkste voorwaarde voor een beter OV is een goede doorstroming. Op vele plekken in Gelderland loopt het OV echter vast. Het autoverkeer neemt nog steeds toe. Dit vraagt om een gedegen aanpak om te komen tot vrij liggende busbanen en aanpassingen van kruispunten, en vereist een goede samenwerking met wegbeheerders (vooral de provincie en gemeenten). Voor de nieuwe lijn Nijmegen – Wageningen is het nodig dat met medewerking van Rijkswaterstaat de bus de vluchtstrook op de A50 kan gebruiken.
Tot slot. De communicatie over het nieuwe vervoersplan is niet soepel verlopen. Geïnteresseerden moesten informatie bijeensprokkelen uit lokale kranten, informatiebrieven aan gemeenteraden en 'gelekte' plannen op het internet, waardoor het onmogelijk was een compleet overzicht van het vervoersplan te krijgen. Zoals andere provincies hebben laten zien, kan de betrokkenheid bij een nieuw vervoersplan sterk worden vergroot door het al in een vroeg stadium openbaar te maken en iedereen uit te nodigen op de plannen te reageren.
