Achtergrond
30 km/u: een zegen of een rem op de bus?
Steeds meer gemeenten voeren 30 km/u in binnen de bebouwde kom. Bij Rover leeft dit onderwerp. Want iedereen wil betere verkeersveiligheid, maar een kleine snelheidsverlaging kan grote gevolgen hebben voor de reiziger. We gaan in gesprek met diverse mensen die hier vanuit Rover mee bezig zijn.
Editie 2, 2026 | Sanne van Galen

Haalt lijn 21 straks de trein in Assen nog wel?
Foto: Martin Oudenaarden
Een lagere maximumsnelheid is een logische keuze gezien vanuit de verkeersveiligheid: auto’s die minder hard rijden betekent minder ongelukken en leefbaardere straten. Maar voor de bus kan het grote gevolgen hebben. De rit duurt langer en overstappen staan op de tocht.
Een probleem
“De invoering van 30 km/u is niet het probleem, maar het kan er wel één worden. Veiligere straten staan ook bij ons hoog in het vaandel, maar de manier waarop 30 km/u wordt ingevoerd maakt veel verschil,” zegt Verena van der Hoek, beleidsmedewerker bij Rover. In de praktijk betekent een snelheidsverlaging meer dan alleen een bordje vervangen: het gaat meestal samen met verkeersdrempels, versmallingen en rotondes. Want, zo stelt ook René Coveen van Rover Gelderland: “Iemand die met 80 kilometer per uur binnen de bebouwde kom een ongeluk veroorzaakt, hield zich al niet aan de voorgeschreven maximumsnelheid. Dan is het de vraag of een verdere snelheidsverlaging wel indruk maakt. En vaak spelen ook andere factoren een grote rol in de verkeersveiligheid. Zoals de 4 D’s: drank, drugs, digitaal afgeleid en deprivatie van slaap.”
Drempels
De snelheid moet dus niet alleen worden verlaagd; dit moet worden afgedwongen. Bijvoorbeeld met drempels. En daar begint het voor de bus te wringen. “Een drempel lijkt niet veel voor te stellen, maar voor een bus kost het al snel 5 tot 10 seconden extra,” legt Verena uit. “En als je er vier achter elkaar hebt, tikt dat aan. Een betere optie is dan bijvoorbeeld een Berlijns kussen. Voor auto's is dit een drempel, maar de wielen van een bus staan zo ver uit elkaar dat de bus er omheen kan rijden, waardoor er minder tijd verloren gaat.”
Drempels betekenen ook gebrek aan comfort voor zowel reizigers als medewerkers. “Als reiziger merk je het meteen. Abrupte bewegingen, schommelen, steeds remmen en optrekken maken een rit gewoon minder prettig. Daarnaast horen we ook vaak dat drempels zorgen voor geluidsoverlast bij omwonenden.” Ook René maakt zich zorgen: “Tien drempels op een busroute betekent 20 keer op en af. Heen en terug is dat 40 keer een dreun. Houdt de rug van een buschauffeur dat vol?”
Bus weg uit de straat
Verschillende Rover-afdelingen kregen al te maken met bussen die uit de straat dreigen te verdwijnen door snelheidsbeperkingen. René: “De provincie Gelderland heeft over een afstand van 9 km 18 drempels aangelegd. De bus tussen Lochem, Harfsen en Deventer deed zoveel vertraging op dat hij werd uitgedund tot één rit per uur. Na veel protesten rijdt hij inmiddels weer elk half uur, maar nu zonder aansluiting op de trein in Deventer.” Ook in bijvoorbeeld Drenthe speelt dit probleem. “In Beilen zijn er verkeersremmende maatregelen gekomen. De vertraging en daardoor de meerkosten zijn zo fors dat de enige overgebleven middagspitsrit van lijn 22 (Emmen–Assen) gaat vervallen,” vertelt Will Gerbers van Rover Drenthe. “Of neem de gemeente Aa en Hunze, die wil aan de slag tussen Rolde en Assen. Dan halen lijn 21 en 24 de aansluiting op de intercity in Assen niet meer.”

Niet harder dan 30!
Foto: Martin Oudenaarden
Niet altijd slecht nieuws
Is de snelheidsverlaging dan altijd een probleem? Verena denkt van niet. “In Amsterdam zie je bijvoorbeeld dat er straten worden omgevormd tot 30 km-zone, terwijl de bus op een aparte baan gewoon goed kan blijven doorrijden. Auto’s rijden daar langzamer, maar het OV verliest geen snelheid. Dat is precies het soort maatwerk dat je nodig hebt.” Door de bus te scheiden van het overige verkeer blijft de doorstroming behouden. Zo blijft het openbaar vervoer aantrekkelijk ten opzichte van de auto, ook in een stad die inzet op lagere snelheden en meer leefkwaliteit. “Op een hoogwaardige route wil je eigenlijk geen drempels en oponthoud,” zegt Verena. “Juist daar moet de bus kunnen doorrijden.” Ook René pleit voor maatwerk zodat de snelheid kan worden gehandhaafd. “Bijvoorbeeld een fysieke afscheiding, zoals een hoge stoeprand, een hek of een brede berm tussen auto’s en fietsers.”
Elke minuut telt
Elke minuut extra reistijd kost geld en dus uiteindelijk aanbod. Dat geld kan gebruikt worden om extra ritten te rijden of om de frequentie van een buslijn te verhogen. “Seconden per rit lijken weinig, maar op jaarbasis worden dat uren,” zegt Rover-directeur Freek Bos. “Elke gewonnen seconde betekent een soepeler dienstregeling, een prettigere rit en uiteindelijk beter openbaar vervoer.” In plaats van de bus af te remmen, zou men dus vooral moeten kijken hoe er tijdwinst te behalen is. Dit heeft het OV Bureau Groningen Drenthe gedaan; de resultaten hebben ze gepresenteerd in een Inspiratiefolder. Freek Bos besloot vervolgens gemeenten uit te dagen om kleine maatregelen te treffen om de bus snel te laten blijven. “Goed OV begint niet alleen bij een goede bus, maar ook bij een goede weg. Slimme infrastructuur levert tijdwinst, comfort en betrouwbaarheid op. Dat is winst voor iedereen.”
Wat moet er gebeuren?
Gemeenten moeten bij 30 km/u dus niet alleen denken aan ‘auto’s afremmen’, maar vooral ook aan ‘bussen laten doorrijden’. Denk aan bussen prioriteit geven bij verkeerslichten, onnodige drempels op busroutes voorkomen, haltes slim aanleggen (bijvoorbeeld aan de rijbaan in plaats van een ‘haltekom’, dat scheelt al 10 seconden) en vooral maatwerk leveren. Want een lagere snelheid kan zinvol voor veiligheid en leefbaarheid. Maar als het OV hierdoor wordt uitgedund, kan het effect dus juist averechts zijn. Meer busreizigers die voortaan de auto pakken, betekent immers ook weer meer kans op ongelukken op de weg. “De bus is geen hinderlijk groot object,” zegt Verena. “Het is een rijdende kans op minder auto’s, meer ruimte en een bereikbare stad. Maar dan moeten we hem wel een beetje helpen.”
