Terug naar hoofdinhoud

Achtergrond

De Concessie der Verwarring: de overstap die steeds mis gaat

Chauffeurs die de weg vragen aan passagiers, digitale borden die aftellen naar bussen die nooit komen, en een ‘dienstregeling’ die meer weg heeft van een gatenkaas: het is herkenbaar voor veel reizigers die de afgelopen maanden in Utrecht met de bus reisden. Helaas is het niet voor het eerst dat de overstap naar een nieuw vervoersbedrijf het vervoer ontregelt. Waarom lijkt het wiel elke keer opnieuw vierkant uitgevonden te worden?

Editie 2, 2026  |  Sanne van Galen 

Echt soepel gaat het niet met de bus in stad en provincie Utrecht
Foto: Martin Oudenaarden

 

“Rechtsaf, richting Doorn!” riep een passagier door de bus. De chauffeur van lijn 56 was net vertrokken vanaf station Driebergen-Zeist, draaide zich om en vroeg vertwijfeld of iemand de route wist. “Nee, rechtdoor, Arnhemse Bovenweg, en aan het eind rechts,” corrigeerde Willem Stegeman. Hij wist de chauffeur te overtuigen. Wel dacht hij nog even: ‘toch een mooie kans om eens voor de deur te worden afgezet’, maar de chauffeur vond de route gelukkig weer op haar display.

Het is een even komisch als triest voorbeeld van de staat van het openbaar vervoer in Utrecht. Sinds de nieuwe contracten op 14 december 2025 ingingen, is de regio het toneel van wat Willem ‘participatietheater op wielen’ noemt. Transdev (voorheen Qbuzz in de stad) en Keolis (Utrecht-buiten) worstelen met een valse start die na maanden nog steeds niet is opgelost. Inmiddels is het geen kinderziekte meer, maar een chronische kwaal.

Gebrekkige communicatie

Daniël Bleumink, voorzitter van Rover Utrecht, is de laatste maand niet meer in rare straatjes beland. Dat betekent niet dat het goed gaat. “Mijn vaste verdwalende chauffeur rijdt nog altijd reizigers voorbij, al staan ze soms springend en zwaaiend op de halte. Idem voor haltes waar iemand uit wil stappen en die in volle vaart voorbijgereden worden. Nog mooier was m’n bus die ik laatst ’s middags naar huis wilde nemen: die vertrok van de bufferhalte op Veenendaal-De Klomp, maar vergat de reizigers mee te nemen - om vervolgens helemaal via de A12 en Woudenberg richting Amersfoort te rijden.” Niet vreemd dat zijn Rover-afdeling wordt overspoeld door klachten. “Het probleem is voor de meeste reizigers nog niet eens de rit-uitval, maar vooral de slechte communicatie daarover door Transdev,” zegt hij. “In de apps staat voor diverse ritten überhaupt niet vermeld dat ze uitvallen. Daardoor blijven de schermen aftellen naar een bus die niet komt.”

De perfecte storm

Hoe kon dit zo misgaan? De directeuren van Transdev en Keolis wijzen in de media naar een ‘perfecte storm’ van factoren. Bij Transdev is de overstap naar een volledig elektrische vloot in de stad een logistiek drama gebleken door netcongestie. Bussen vielen halverwege de dag stil met lege accu’s, omdat de laadpunten in de remise niet werkten of onvoldoende stroom kregen.

Bij Keolis in de regio lagen de problemen elders: nieuwe bussen van 15 meter bleken een uitdaging voor chauffeurs die onvoldoende training hadden gehad. Combineer dat met winters weer en gladheid, en de ruiten werden er bij bosjes uitgereden. Omdat nieuwe ruiten door de kou niet buiten ‘geplakt’ konden worden, stond een groot deel van het nieuwe materieel al snel aan de kant. Daniël zag in een rit van een kwartiertje al bussen uit drie verschillende provincies (Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Holland). “Ze hebben echt overal tijdelijk materieel vandaan gehaald,” stelt hij. Toch kan het niet voorkomen dat er regelmatig ritten uitvallen.

Probleem: zonder goede opleiding chauffeurs met een langere bus de weg op sturen
Foto: Martin Oudenaarden

 

Gouden bergen

Utrecht staat niet op zichzelf. In Flevoland noemde Rover de dienstregeling een ‘gatenkaas’ bij de komst van EBS als nieuwe vervoerder. In Twente en de Zaanstreek ging het eveneens mis. Het lijkt een structureel probleem bij concessiewisselingen. In één nacht moet alles ‘over’: bussen, chauffeurs, roosters en software. Dat gebeurt steevast in december, midden in de drukste periode met de slechtste weersomstandigheden. Vooraf zijn er vaak gouden bergen beloofd. Vervoerders winnen aanbestedingen door een enorm aanbod te beloven tegen een scherpe prijs. In de praktijk blijkt dat vaak niet haalbaar door personeelstekorten of trage levering van bussen. Nieuwe vervoerders zien pas op het laatste moment welke personeelsleden er echt overstappen. Vertrekkende vervoerders proberen hun mensen vaak te behouden voor andere regio’s en wanneer dat lukt, heeft de nieuwe vervoerder personeelsgebrek. Tot slot is er nog een grote boosdoener: de politiek eist volledige elektrificatie, maar de infrastructuur (stroomnet en laadpunten) is daar vaak nog niet klaar voor.

De oplossingen van Rover

In plaats van deze chaos simpelweg te accepteren als ‘kinderziektes’, stellen Rover en de reizigersvertegenwoordiging in de regio (de gezamenlijke ROCOV’s) een structureel andere aanpak voor. Dat begint bij de planning: door het begin van een nieuwe concessie te verplaatsen van december naar de vroege zomer, voorkom je dat de opstart samenvalt met barre weersomstandigheden, nieuwe dienstregelingen, pieken in reizigersaantallen en de drukke kerstvakantie.

Om de overgang nog soepeler te maken, zou de overheid eigenaar moeten blijven van de remises en laadpalen. Wanneer de infrastructuur publiek bezit is, kan een vervoerder zich volledig focussen op waar het echt om gaat: goede chauffeurs en een betrouwbare rit. Tot slot heeft de politiek een flinke dosis realiteitszin nodig. Ambitieuze eisen voor volledig elektrisch vervoer zijn prijzenswaardig, maar overheden moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen wanneer de netbeheerder simpelweg geen stroom kan leveren.

De weg vooruit

In Utrecht is inmiddels een nieuw rooster ingevoerd met minder dagelijkse buswissels voor chauffeurs. Toch verwacht Transdev pas na de zomer de volledige dienstregeling te kunnen rijden.

Voor de reiziger die maandenlang in de kou heeft gestaan, is het kwaad al geschied. Rover pleit daarom voor ruimhartige compensatieregelingen in de getroffen regio's. Het openbaar vervoer moet een betrouwbaar alternatief zijn voor de auto, geen ‘strategospel’ waarbij je maar moet hopen dat je op je bestemming aankomt.

Als we willen dat de reiziger blijft instappen, moet de focus bij aanbestedingen terug naar de basis: een bus die rijdt, een chauffeur die de weg kent en reisinformatie die klopt. Dat is dan wel geen gouden berg, maar wel een belofte die voor de reiziger juist goud waard is.