Terug naar hoofdinhoud

Bijzondere haltenamen

Bushalte De Kei, Amersfoort

Elke bus- en tramhalte heeft een naam. De één is genoemd naar een zijstraat, de ander naar een belangrijk gebouw. Achter veel van die namen zit een verhaal. Soms grappig, soms interessant, soms onverwacht. De Reiziger gaat op zoek naar die verhalen. Mondig Mobiel, het tijdschrift van onze Vlaamse vrienden van TreinTramBus, ging ons voor. Tips zijn welkom, liefst voorzien van het bijpassende verhaal en foto’s.

Editie 2, 2026  | Marina van Alphen

Halte De Kei in Amersfoort, tegenover de thuisbasis van Rover.
Foto: Martin Oudenaarden 

Waarom deze bushalte De Kei heet is snel te zien: er ligt een enorme kei op een sokkel nog geen tien meter van de halte. (En 10 meter de andere kant op vinden we het kantoor van Rover.) Maar er hoort een verhaal bij deze kei.

De Amersfoortse Kei is in de stad terecht gekomen door een weddenschap. Jonkheer Everard Meijster, dichter en schrijver, woonde in Amersfoort. Hij werd ook wel de Dolle Jonker genoemd en verzon de raarste streken. Zo zag hij op een mooie meidag in 1661 een enorme kei liggen naast de Waelberg op de Leusderheide. Zijn vrienden waren onder de indruk van die kei en zeiden: “Zo’n groot ding krijg je nooit van zijn plaats.” Everard rook de kans op een goede grap en zei: “Ik wed dat ik hem zelfs tot in Amersfoort kan slepen.” Voor 3.000 guldens gingen zijn vrienden de weddenschap aan. 

Everard ging mensen werven. In ruil voor bier en krakelingen (een geliefde lekkernij uit die tijd) ging hij met wel 400 mensen op weg naar de hei. De kei werd op een soort slee geladen en met vereende krachten naar Amersfoort gesleept. Bij het transport vielen enkele gewonden, maar uiteindelijk passeerde men de stadspoort en werd de Kei tentoongesteld. De Jonker kreeg zijn geld.

Niet lang daarna begon men in de omgeving de Amersfoorters voor gek te verslijten. Gek genoeg om een kei te verslepen voor het genoegen van een jonker. De Amersfoorters schaamden zich voor de kei en besloten hem in 1672 te begraven.

In 1903 vond men de kei terug en werd hij alsnog op een sokkel gehesen. Sindsdien zijn de mensen trots op de naam Keistad voor Amersfoort. De inwoners noemen zich keientrekkers,  en een aantal jaren was het gewoonte dat een ander land een rotsblok schonk. Zo werd het plantsoen even verderop vanaf de bushalte een petrografisch park (een park met stenen). Het is ingericht met geschenken uit Noorwegen, Frankrijk en zelfs een deel van een brug uit Londen.

En de jonker? Die schreef een gedicht over het avontuur. En in 1663 liet hij in Utrecht huis De Krakeling bouwen, op de hoek van de Keistraat. Aldaar nog te zien, met een deurbel in de vorm van een krakeling.