
Foto: Martin Oudenaarden
Daan Zieren
Daan was al een grootgebruiker van bus, metro, tram en trein. Naar zwemles, tijdens zijn studie politicologie in Den Haag en Amsterdam en in zijn vorige functie als voorzitter van de Jonge Klimaat Beweging. In zijn vrije tijd gebruikt hij het openbaar vervoer naar wat verder weg wonende vrienden en familie. Hij leerde Nederland beter kennen in de trein: op zijn verjaardag kreeg hij een driedaagse treinrondreis cadeau. Heel soms is een langere reis met het openbaar vervoer echt onhandig, dan leent hij nog wel eens een auto.
Duur
Als je kijkt naar het buitenland, dan is het openbaar vervoer in Nederland goed. Maar, voegt Daan er onmiddellijk aan toe, er zijn wel grote verschillen binnen Nederland. “In en tussen de grote steden in de Randstad rijden metro’s, trams en treinen vaak en zijn we best een beetje verwend. Daarbuiten is het te vaak anders. Dorpen en wijken zijn niet altijd goed en vaak genoeg bereikbaar. Dat moet beter! De landelijke en regionale overheid moeten daar harder aan trekken.”
De prijs van het kaartje is volgens Daan ook een probleem. “Een ritje met het Nederlandse openbaar vervoer is voor veel mensen te duur. Daardoor kunnen ze niet of minder goed deelnemen aan de maatschappij. Naar je werk gaan moet betaalbaar zijn als je reiskosten niet worden vergoed. Een vriend of familielid wat verder weg niet kunnen bezoeken omdat de trein te duur is, dat zou niet mogen voorkomen.” Het Nederland Dal Vrij-abonnement vindt Daan een goede eerste stap naar een beter betaalbaar OV.
Veel jongeren merken volgens Daan pas echt dat het openbaar vervoer duur is, als ze klaar zijn met hun opleiding of studie en hun OV-studentenkaart moeten inleveren. “In de periode die ze doorbrengen in het beroepsonderwijs of op de universiteit zijn ze echte OV-grootverbruikers. Maar daarna haken er vooral door de prijs te veel af en kiezen voor de auto. Dat is zonde,” vindt Daan. “Overigens zouden jongeren heel blij zijn als dienstregelingen en routes beter afgestemd zouden zijn op school- en collegetijden.”
Bubbels
Maar hoe voorkom je dan dat vooral het regionale OV, enigszins overdreven, een veredeld doelgroepenvervoer wordt? Met schoolbussen, ziekenhuisvervoer, flextaxi’s, enzvoort. “Dat zou inderdaad jammer zijn,” zegt Daan. “Dan ontmoet je als reiziger alleen nog mensen uit je eigen bubbel, en nauwelijks meer anderen. Terwijl dat nu juist zo leuk en uniek is aan het OV.” Toch denkt Daan niet dat dit een heel groot gevaar is. De Nederlandse overheid zal de komende jaren immers stevige keuzes moeten gaan maken. Geld, ruimte en energie zijn schaars. Kiezen voor een collectief vervoermiddel is dan goed en verstandig. Meer reizigers in het OV betekent dat er meer mogelijkheden zijn voor bus en tram. “Het openbaar vervoer is bij uitstek een plek waar de samenleving elkaar kan ontmoeten. Dat zal ook het begrip voor elkaar groter maken. Al zou het dan wel leuk zijn als we in trein en bus wat minder ‘op onze telefoon gingen zitten’.”
Gezinnen
Ga je met een heel gezin op pad, dan lijkt de auto toch vaak handiger. Kinderen op de achterbank en wandelwagentjes opgevouwen in de achterbak. In plaats van met kinderen in een wandelwagentje de bus in zien te komen, of tegen een kapotte lift aan te lopen. Veel ouders vinden het OV maar gedoe. Nog afgezien van wat je betaalt voor een rit met het hele gezin. “Het OV is zeker al toegankelijker geworden, maar dit zou nog beter kunnen,” stelt Daan. “Met meer ruimte om een wandelwagentje veilig neer te zetten, om maar een voorbeeld te noemen. Een goedkoper bus- of treinkaartje gaat ook gezinnen helpen. In meerdere regio’s reizen kinderen gratis mee met hun ouders. Zulke regelingen zouden we ook breder kunnen instellen” Financiële ondersteuning voor gezinnen met een krappe beurs is volgens Daan ook buiten het OV heel belangrijk. “Gratis zwembadkaartjes kunnen gezinnen ook helpen OV-mobieler te worden.”
Belangen behartigen
Zich bemoeien met wat er speelt, dat zat er bij Daan al vroeg in - op de middelbare school in Gouda en op de universiteit. Hij nam deel aan de Model United Nations (MUN), een debatplatform waarin scholieren en studenten met elkaar debatteren over belangrijke wereldvraagstukken. Na zijn studie werd hij voorzitter van de Jonge Klimaat Beweging (JKB), waarbij het zijn taak was om deze organisatie aan te sturen. De beweging vertegenwoordigt meer dan 70 jongerenorganisaties in het klimaatdebat.
Bij de JKB kwam Daan ook in aanraking met de wereld van het OV - en met Rover. Hij verdiepte zich in de gevolgen van de tariefverhoging van 2024. En bleef daarna de het belangrijke thema mobiliteit volgen.

Daan Zieren
Foto: Martin Oudenaarden
Trots
Daan heeft Rover leren kennen als een actieve vereniging. “Het is een vereniging waar je als vrijwilliger veel kunt doen. En waar je vooral heel concreet en gericht kunt meedoen om het OV beter te maken. Werk om trots op te zijn!” Trotser dan we nu vaak uitstralen, denkt Daan. “Rover is denk ik nog te bescheiden. We vinden ons werk ‘gewoon’ en vanzelfsprekend. We kunnen onze activiteiten en successen nog vaker uitventen. Nu blijven kleine successen in de regio te vaak buiten het nieuws. Zonde!”
Het werk dat Rover doet vindt Daan niet alleen van belang voor het OV zelf, maar voor de hele samenleving. “Meedoen – en dat is wat Rover doet en mogelijk maakt – draagt bij aan het functioneren van de Nederlandse democratie. Als Rover nog beter bekend wordt, zal dat ook de waardering vergroten. Ik heb gemerkt dat jongeren vaak niet weten dat Rover bestaat en wat we doen; ouderen wel. Er is dus nog werk te doen op moderne media!”
Kennismaken
De komende tijd gaat Daan kennismaken met de vrijwilligers in de afdelingen en taakgroepen. Om te horen welke (opleidings)behoefte zij hebben om de belangen van reizigers nog beter te kunnen behartigen. En om te horen wat er goed is, beter kan of ronduit slecht is met het openbaar vervoer in hun gebied. De verhalen uit de regio gaan hem helpen in zijn contacten met politici, vervoerders en andere organisaties.
Heeft hij nu al wensen? “Ik zou willen dat Rover vaker optrekt met andere organisaties, ook die zich bezighouden met andere thema’s. Bijvoorbeeld met werkgevers, werknemers, het onderwijs, de zorg en nog veel meer sectoren. Met werkgevers en werknemers zou je samen kunnen optrekken om te kijken of en hoe we het OV beter kunnen laten aansluiten op veranderende werktijden. Het is sowieso belangrijk om elkaar te kennen en elkaars belangen te begrijpen.”
Investeer in collectief vervoer!
Nederland moet keuzes gaan maken. Goede infrastructuur vraagt om veel geld, om maar wat te noemen. Gaat het geld vooral naar collectief vervoer of vooral naar de auto? “De overheid zou een duidelijke keuze moeten maken en durven investeren in collectief vervoer,” zegt Daan. “Daar help je de samenleving mee. Bezuinigen op collectief vervoer gaat sowieso niet helpen om de toekomstige mobiliteit in goede banen te leiden. Als dat gebeurt, vindt de overheid mij en Rover op haar weg!”
