Terug naar hoofdinhoud
Op Verkenning

De Oude Maas, de grienden en de dotters

De grienden ten zuiden van Rotterdam zijn altijd aantrekkelijk om doorheen te lopen, maar als de dotters bloeien zijn ze op z’n mooist. Dus in de lente nemen we de trein naar Rotterdam en vervolgens de metro.

Editie 2, 2026  |  Gerda Spaander

Zomerklokjes in de wilgenjungle in Klein Profijt
Foto: Gerda Spaander

Wij beginnen bij metrostation Zalmplaat en volgen de Oude Maas voor een groot deel tot aan NS-station Barendrecht. Maar het kan ook korter, door onderweg de metro, tram of bus te nemen. Al mis je dan altijd wat. Aangekomen op Zalmplaat hebben we een reis achter de rug vanaf Schiedam of verder. Om te beginnen hebben we dan het havengebied met al zijn industrie gezien en zijn we de Nieuwe Maas gekruist. Of we hebben via Rhoon de groenere metroroute gevolgd. In ieder geval komen we nu bij de Oude Maas. Best verwarrend trouwens, al die Maas-namen. Van de Limburgse grens tot voorbij Den Bosch is het gewoon Maas; die gaat over in de Bergse Maas, die via de Amer overgaat in het Hollands Diep. En dan is er ook nog een afgedamde Maas, die uitkomt in de Waal (‘Waar Maas en Waal te zamen spoelt. En Gorkum rijst van ver’) en... Nee, dat wordt allemaal veel te ingewikkeld. We gaan gewoon langs de Oude Maas lopen. Trouwens, naar de kaart kijkend is het raar dat Rotterdam vaak de Maasstad wordt genoemd. Lekstad zou meer op zijn plaats zijn.

 

Vrolijke zelfstekkende dotters

In het begin zijn er nog geen grienden. We lopen langs een rustig fietspad en zien hier en daar de eerste dotters. Eerst dan maar de loftrompet over de dotters, de eigenlijke reden om in het voorjaar juist hier te gaan wandelen. Weinig planten bloeien namelijk zo uitbundig, vrolijk, knalgeel, als de dotters. Grote boterbloemen eigenlijk, ze zijn van dezelfde familie. En als je er dan ook veel bij elkaar ziet is het helemaal feest. Maar dat komt straks, in de grienden.

De dotters hier zijn ingesteld op overstroming. Ze heten hier spindotters en hebben aan de stengels bladrozetjes die uiteindelijk veranderen in spinvormige wortelkluwens. ’s Zomers vallen de stengels van de spindotter om en vergaan waardoor de ‘dotterspinnen’ vrijkomen en door het water worden verspreid. Dus ze stekken zichzelf, in plaats van dat ze zich uitzaaien. Dat komt alleen hier voor, in het zoetwatergetijdengebied.

Klein lesje griendcultuur

De grienden beginnen na zo’n 6 kilometer, voorbij de jachthaven van Rhoon. De Rhoonse Grienden dus. De Oude Maas kent nog eb en vloed, met een getijverschil van ongeveer een meter. Het getij zet zich ook voort in de Rhoonse en verdere grienden. Met name in het vroege voorjaar kan het dan voorkomen dat veel paden alleen met laarzen begaanbaar zijn. Maar nu is het daar goed te doen.

Grienden zijn ooit aangelegd om het één- of meerjarige wilgenhout te gebruiken. Het eenjarige hout was bruikbaar als bindtouw of om manden van te maken. Het oudere hout werd verwerkt tot zinkstukken, een soort matten die werden gebruikt in de dijkenbouw, of om schermen van te maken. Die functie is nu grotendeels verdwenen, maar gelukkig zijn er nog heel wat grienden bewaard gebleven of hersteld. Dat is mooi vanuit het oogpunt van cultuurhistorie, en ze zijn waardevol voor de natuur en zeker voor ons wandelaars.

De wilgen langs de paden worden geknot en hebben een stam; de wilgen tussen de paden worden dicht bij de grond gehakt of gesneden. In de knotten kan ook van alles groeien. Let op de eikvarens!

Dotters in de Rhoonse Grienden
Foto: Gerda Spaander

Wilgenjungle

Na de Rhoonse grienden krijgen we Klein Profijt. De naam slaat niet op de eventuele matige opbrengst van deze grienden, maar op de vroegere zalmvisserij ter plaatse. Klein Profijt was ooit een griend, maar de wilgen worden allang niet meer gehakt. Dus nu heeft het gebied zich ontwikkeld tot een soort wilgenjungle. Het beheer beperkt zich vooral tot het vrijhouden van de paden. Veel vogels voelen zich hier thuis, evenals de bever. Naast alle dotters is Klein Profijt vooral bekend om z’n zomerklokjes, die niet in de zomer bloeien maar in de lente. Een soort hele grote sneeuwklokken. En er is hier ook nog een eendenkooi, maar die is gesloten voor publiek. Evengoed genoeg reden om vanuit de Rhoonse Grienden niet gelijk door te lopen maar de lus via Klein Profijt te nemen.

En dan daarna even een heel andere wereld: die van het golfen. Langs de golfbaan komen we weer bij de Oude Maas, en via een recreatieterrein komen we bij de Carnisse Grienden. Hier geen doorgeschoten wilgenjungle, maar ook geen griendcultuur zoals in de Rhoonse grienden. Meer iets ertussenin. En een vlonderpad langs de waterkant om er te komen.

De Carnisse grienden eindigen bij de Koedoodhaven, waar ooit de Koedood de Oude met de Nieuwe Maas verbond.

Spiegelkunst

Daar voorbij krijgen we weer iets anders: de Jan Gerritsepolder. Eerst gewoon landbouwgrond, toen een bouwdok voor het bouwen van tunnelonderdelen van de Heinenoordtunnel (die we straks kruisen), en verder jarenlang gebruikt als stortplaats voor verontreinigd slib uit de Rotterdamse haven en grond die vrijkwam bij de tunnelbouw. Dit materiaal is afgedekt met schone grond en het geheel is ingericht als natuur- en recreatiegebied. Je kunt hier omheen lopen, maar het is ook leuk om de heuvel te beklimmen. Niet alleen om het uitzicht maar ook om het kunstwerk bovenop. Het is een holle spiegel die landschap en kijker curieus weerspiegelt – en bij een bepaalde afstand zelfs ondersteboven kan keren.

Modelspoorbaan

En dan maar even doorstappen om snel van het verkeerslawaai af te zijn. Erg druk, die A29, die hier onder water duikt. Al is het ook aardig om te zien hoeveel OV-bussen door de tunnel rijden. We lopen nog even door langs de Oude Maas, en gaan dan binnendoor naar station Barendrecht. Al kun je er ook voor kiezen om nog even verder te lopen naar het terrein van de Maasoeverspoorweg: een modelspoorbaan van 1 km lang, met ‘station’, opstelsporen, draaischijf, ringloods en meer. Zowel kinderen als volwassenen kunnen hier een rondritje maken.

We vervolgen ons pad over tot recreatie- en natuurgebied omgevormd boerenland. En het is ook een soort wateropvang voor natte tijden en reservoir voor droge tijden. Met veel water dus, waar we via vlonders overheen lopen.

Wandelpaden boven het spoor

De laatste 1,5 km lopen we over het spoor. Nee natuurlijk niet, maar het spoor is wel beneden het wandelpad. Er is hier een tunnelbak aangelegd over maar liefst 9 sporen, om geluids- en visuele hinder van passagiers, goederen- en hogesnelheidstreinen te voorkomen.  Van de nood is een deugd gemaakt: bovenop zijn wandelpaden aangelegd en over de beplanting is goed nagedacht. En dan sta je ineens in het station en is de keuze: naar Rotterdam of naar Dordrecht.

Informatie

Waarheen

Deze Op Verkenning beschrijft een maximaal 27 km lange wandeling van metrostation Zalmplaat naar NS-station Barendrecht. 6,5 km na het begin is er op 1,8 km afstand metrostation Rhoon; na ruim 16 km is er op 0,9 km afstand bij Carnisselande de beginhalte van tram 5 naar Rotterdam CS en de halte van bus 183/283 naar Rotterdam Zuidplein. Ook kun je vanaf metrostation Tussenwater of Poortugaal bus 64 naar Antes/De Kijvelanden nemen. Je komt dan vrijwel aan de oever van de Oude Maas uit. Deze bus rijdt wel beperkt, een keer per uur van maandag t/m vrijdag.

Wie vooral grienden wil zien kan het best beginnen in Rhoon en eindigen in Carnisselande (ongeveer 12 km).

Routebeschrijving

www.rover.nl/wandelroutes

Op een paar km. na is de route autovrij, echt onverhard zijn m.n. de paden door de grienden.

Openbaar Vervoer

www.ns.nl
www.9292.nl

Horeca

Bij de jachthaven bij de Rhoonse grienden, in Rhoon, voorbij het golfterrein linksaf, Veerweg 2a, bij de modelspoorbaan als die geopend is.

Interessante websites:

www.carnissegrienden.nl
www.maasoeverspoorweg.nl