Beroep: onafhankelijk spoorwegactivist en adviseur
OV-gebruik: “Ik woon in Ravières, een dorp op het platteland van Bourgogne, Frankrijk. En in tegenstelling tot de meeste mensen hier, heb ik geen auto. Dus voor korte ritjes in de buurt gebruik ik altijd de fiets, en voor al het andere de trein! En aangezien mijn werk aan het Europese spoorwegbeleid me door heel Europa voert, betekent dat regelmatige en zeer lange reizen. Dit jaar ben ik al met de trein naar Servië geweest, en per trein en bus naar Albanië. Later dit jaar ga ik ook naar Fins Lapland. Ik ben bezig met een project genaamd #CrossBorderRail dat spoorlijnen aan Europese grenzen onderzoekt; dat heeft me tot nu toe naar 428 lijnen gebracht. Mijn meest frequente bestemmingen zijn Parijs, Brussel en Berlijn.”
Beste OV-ervaring: “Zwitserland. Het is gewoon geweldig. En als je beseft hoe geweldig het is, gebruik je het des te vaker. Wie je ook bent en wanneer je ook wilt reizen, je kunt erop vertrouwen dat het Zwitserse openbaar vervoer je er naartoe brengt. En je hebt minstens elk uur een verbinding, zo ongeveer overal in het hele land. Als je leven verandert, kan het OV zich aanpassen. Een late afspraak? Geen probleem, er is vast wel een latere trein. Mooi weer, dus zin in een uitstapje naar de bergen? Geen probleem, stap gewoon in. Pas als het OV zó goed is, kan het een echt alternatief bieden voor autorijden.”
Slechtste OV-ervaring: “Een vertraging van 10 uur in een nachttrein van Wenen, Oostenrijk naar Sibiu, Roemenië. Door een stroomstoring in Hongarije strandden ‘mijn’ rijtuigen in Boedapest. In plaats van normaal verder te reizen, moesten we wachten tot ze onze rijtuigen aan de volgende trein naar Roemenië konden koppelen - 5 uur later. Na 5 uur in Arad konden we eindelijk doorreizen naar Sibiu. Helaas is dit soort ervaringen vrij typerend voor Roemenië. Er zijn fantastische spoorlijnen, maar het gaat vaak mis door een gebrek aan investeringen.”
Wat moet nú beter: “De kaartverkoop voor grensoverschrijdend treinverkeer. Het is te moeilijk voor reizigers om internationale treinreizen in Europa te plannen en te boeken. Om dat te verhelpen hoeft er niets nieuws gebouwd te worden. Het gaat om een beter gebruik van de bestaande kanalen. De Europese Commissie heeft nieuwe wetgeving voorgesteld om de treinkaartjesmarkt te hervormen. Hopelijk wordt hierover in 2027 overeenstemming bereikt. Het is van cruciaal belang dat de uitkomst passagiersvriendelijk is!”
Rover kan/moet... “Meer oog hebben voor treinverkeer over de Nederlandse grenzen. De belangrijkste lijnen, Amsterdam–Brussel en Amsterdam–Berlijn, functioneren prima. Maar er is een aantal problemen bij andere plaatsen, met name Venlo en Maastricht, die aandacht verdienen. Daarnaast moeten er weer treinen gaan rijden op de trajecten Hamont–Weert, Hasselt–Lanaken–Maastricht en Nijmegen–Kleef.