Terug naar hoofdinhoud

In de regio

Van Almaty naar Astana
1200 kilometer treinen over de Kazachse steppe

Als je studeert in een bijzondere omgeving, wil je wel eens wat van het land zien. En hoe doe je dat beter dan per trein? Dat werd dus een avontuurlijke rit over de ijzige steppe.

Alleen online  |  Marko van Werkhoven

Foto: Marko van Werkhoven
De trein van Almaty naar Astana

Met z’n zessen zitten we in de restaurantcoupé terwijl de Kazachse steppe voorbij flitst. Nou ja, flitst... op dit moment bewegen we ons met 30 kilometer per uur over het spoor. En van het landschap valt ook weinig te zien, want het is in januari om deze tijd aardedonker op de Kazachse steppe. We maken onze eerste stop in het stadje Shu, zo'n 300 kilometer ten westen van Almaty, waar ik een half jaar politicologie studeer. Ik kan m’n enthousiasme niet verbergen en moet even uitstappen om de sfeer in Shu te proeven. Eerst loop ik zes wagons terug naar onze coupé om m'n digitale camera te halen. Per ongeluk open ik al halverwege m’n tocht in de derde wagen een deur waar een Kazachse opa op bed ligt – in zijn onderbroek. Hij kijkt me verbaasd aan. “Извините (izvinite),” sorry, zeg ik, en ik loop gauw door. 

Foto: Marko van Werkhoven
Verse vis uit Moskou

Verse vis uit Moskou
Met m'n camera op zak loop ik naar buiten. Het vriest hier al flink met zo’n -15°C. Sta ik dan in m'n overhemd. Ik probeer een gesprek aan te haken met de conductrice. Vervolgens komt er een Kazachse babushka (oma), aan die een houten kar achter zich meetrekt met daarin (inmiddels bevroren) ‘verse’ gebakken vis. Kazachstaanse vis, grap ik naar haar, aangezien Kazachstan geen zee heeft. "Нет, из Москве (njet, iz Moskva).” Nee, vis uit Moskou. Die vissen zijn aardig wat uren onderweg geweest om hier te komen dan. Op een gegeven moment beginnen m’n tenen zodanig gevoeloos te worden dat ik maar besluit om zo’n niet-appetijtelijk uitziende vis te kopen van deze mevrouw. De rest van mijn reisgezelschap heeft me een half uur niet gezien en vervolgens kom ik terug de restaurantwagen in met een plastic zak met een gefrituurde vis... vers… uit Moskou. 

We staan in de gang vóór onze coupé uit het raam te staren. We trekken de aandacht van Nurali en zijn moeder en twee tantes. Nurali is negen jaar oud uit en komt uit het plaatsje Талтыркорган (Taldykorgan) ten noordoosten van Almaty. Zijn tante, opgegroeid in een klein dorpje, heeft niet vaak buitenlandse toeristen gezien. Ze pakt meteen haar camera en vraagt of ze ons mag filmen. We krijgen een doos toffees mee. Dat bleek later oppasgeld te zijn: nog geen 5 minuten later staat Nurali voor onze deur en pas na een uur is het oppasuurtje voorbij. Moeder en tante waren kennelijk toe aan een uurtje rust. 

Foto: Marko van Werkhoven
Mozaïek aan de wand van treinstation Nur-Sultan 1

Siberische wind
Als ik ‘s ochtends wakker word zie ik een oranje gloed zich langzaam over de steppe ontfermen. We naderen Astana. In de trein toont de thermostaat een gemiddelde kamertemperatuur, maar zodra we uitstappen op station Nur-Sultan 1 slaat een ijskoude Siberische wind ons tegen de vlakte. Om zes uur ‘s ochtends lokale tijd is het -30 graden Celsius op het treinstation van Astana. Mij is ooit verteld dat het gedeelte van de stad aan de noordoever van de rivier de Isjim officieel tot Siberië behoort. Dat begrijp ik heel goed als we aankomen in een witte, futuristische wereld. Het is een stad met 1,5 miljoen inwoners, maar het trein- en busstation zijn uitgestorven. Op de enkele dedushka’s (opa’s) na die er allemaal bijlopen als ex-KGB agenten. 

Astana is de hoofdstad van Kazachstan, maar pas sinds 1997 – in opdracht van de toenmalige president Nursultan Nazarbayev. Overigens vernoemde hij de stad (en het treinstation) in 2019 ook naar zichzelf: Nur-Sultan. Dat werd in 2022 weer teruggedraaid. Vóór de jaren 90 was Astana slechts een klein, niet noemenswaardig stadje op de enorme kaart van Kazachstan. Het voelt dan ook heel surrealistisch om tussen de futuristische gebouwen in het centrum rond te lopen. Astana voelt aan als een stad die er niet hoort te zijn. Door de wolkenkrabbers heen verbeeld ik me de steppe die hier nog geen 30 jaar geleden het landschap domineerde. De steppe waar we de afgelopen nacht doorheen zijn geraasd.