
Rover vreest voor nieuwe bezuinigingen infrastructuur
Na het schrappen van grote infraprojecten dreigt alweer een nieuwe strop voor het openbaar vervoer. Grote bezuinigingen bij ProRail zijn straks direct voelbaar voor de reiziger, en het schrappen van kleine verbeteringen zorgt op termijn juist voor veel hogere kosten. Hiervoor waarschuwt Rover in een brief aan de Tweede Kamer.
Om de begroting op orde te brengen, heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onlangs bekendgemaakt een aantal infraprojecten te schrappen of te versoberen. Daarbij is echter voorbijgegaan aan een aantal sluipende gevaren voor het openbaar vervoer. ProRail wordt de komende jaren namelijk niet gecompenseerd voor prijsstijgingen en krijgt bovendien een forse bezuinigingsopdracht mee, oplopend tot honderden miljoenen euro’s. Hierdoor moeten jaarlijks alsnog projecten worden geschrapt of verschuift noodzakelijk onderhoud opnieuw naar de achtergrond. “Bezuinigen en een steeds groter wensenlijstje gaan simpelweg niet samen”, stelt Rover-directeur Daan Zieren. “Het kabinet blijft steken in kortetermijndenken. Door te bezuinigen op de indexatie ontstaat er een sluipend tekort, waardoor we straks elk jaar opnieuw in de crisisstand staan om gaten te dichten.”
Kortetermijndenken kost juist geld
Er is bij de herprioritering van infrastructuur alleen naar de korte termijn gekeken, concludeert Rover in haar analyse die naar de Tweede Kamer is gestuurd. Zo komt de bouw van 350.000 woningen in gevaar omdat er geen geld is voor de benodigde OV-aansluiting. En er ontbreekt ook geld voor slimme, kleinschalige aanpassingen die in de toekomst juist grotere kosten voorkomen. Zo kon het emplacement in Haarlem niet worden gemoderniseerd tijdens reguliere werkzaamheden, waardoor wissels nodeloos één-op-één worden teruggeplaatst en de aanpassingen op een later moment miljoenen euro’s duurder zullen uitvallen. Ook de broodnodige elektrificatie van drukke dieselspoorlijnen (zoals Leeuwarden-Veendam) dreigt hierdoor tot minstens 2045 op de lange baan te worden geschoven. Zieren: “Regeren is vooruitzien. In 2035 starten meerdere nieuwe concessies op dieselspoorlijnen. Als we nu niet besluiten tot elektrificatie dan missen we een kans en heb je in één klap 10 jaar vertraging en ben je in de toekomst veel meer geld kwijt.”
Regionaal openbaar vervoer zwaar onder druk
Rover maakt zich daarnaast grote zorgen over het structurele gebrek aan regionale investeringen. Het Rijk trekt tot 2041 zo'n 300 miljoen euro per jaar uit voor de regio, maar dit budget is al grotendeels vergeven aan enkele grote projecten zoals de Nedersaksenlijn. Wat overblijft is iets meer dan 50 miljoen euro per jaar voor heel Nederland. En dat terwijl er al 800 miljoen euro nodig is om haltes toegankelijk te maken. Tel daarbij op dat provincies en vervoerregio’s al flink worden gekort op hun exploitatiebudgetten. Het Rijk bezuinigt structureel 220 miljoen euro per jaar op het studentenreisproduct, indexeert de Brede Doeluitkering (BDU) voor vervoerregio’s onvoldoende (110 miljoen per jaar en oplopend) en past daarop een extra korting van 10% toe (110 miljoen per jaar).
Dreigende neerwaartse spiraal
Hierdoor dreigt een gevaarlijke neerwaartse spiraal. Decentrale overheden worden gedwongen om te snijden in het OV-aanbod, terwijl zij tegelijkertijd geen geld hebben voor doorstromingsmaatregelen om de toenemende verkeersdrukte op te vangen. Rover roept de Tweede Kamer daarom op om structureel meer middelen te reserveren voor regionale bereikbaarheid en de bezuinigingen op de OV-exploitatie direct terug te draaien.
